Reflecties op leiderschap vlak voor nieuwjaar!

Reflecties op leiderschap vlak voor nieuwjaar!

Ooit legde ik aan mijn vriendin uit wat mijn definitie van spirituele groei is. Spirituele groei is het steeds verder en intenser nemen en aanvaarden van de verantwoordelijkheid voor het wezen dat je ten diepste bent. Het komt in feite neer op het overbruggen van de kloof tussen dat wat je denkt te zijn, en dat wat je werkelijk bent en daar verantwoordelijkheid voor nemen. Verlicht zijn zie ik dan ook als 100% verantwoordelijk. En de klus zit hem erin te ontdekken waarin dat allemaal voor mij geld, op mijn eigen manier.

Bij het ontwikkelen van vrouwelijk leiderschap gaat het ook over deze authentieke groei. Groei waardoor je steeds verder verantwoordelijkheid neemt voor de vrouw die je ten diepste bent. Dat gaat vrij ver en diep. Want telkens opnieuw, dat is mijn eigen ervaring, zijn er nieuwe lagen die afgepeld kunnen worden. Lagen die er niet toe doen, die niet tot het wezenlijke behoren en die losgelaten mogen worden.

Mijn eigen tocht in het weten wie ik als vrouwelijk leider, als mens, als spiritueel leider ben, loopt langs het eenworden van lichaam en bewustzijn. In die tocht naar binnen vind ik mijn verankering op de middenas van mijn lichaam, mijn wervelkolom en meer specifiek in een plek in het sacrum. Die plek centert mij, waardoor wat er niet toe doet, en wat niet van mij is van me afvalt. Op die plek daar in het midden is het stil. Daar verbindt de kosmische energie zich met mijn eigen energie. Uit die oneindige bron put ik. Daar kom ik tot rust. Daar ben ik geborgen en vind ik mezelf.

“Naar welke kust wil je oversteken, mijn hart?

Er is geen reiziger voor je uit, er is geen weg.

Wees sterk en keer in tot je eigen lichaam,

want daar vind je voet vaste grond.

Besef dat goed, mijn hart,

ga niet naar een andere plek.”

– Kabir

Dit prachtige gedicht weerspiegelt mijn tocht naar binnen. Vanuit dit binnenin zijn, ziet de wereld er anders uit. Het maakt niet zoveel uit, wat er buiten gebeurt, wat anderen zeggen heeft geen andere betekenis dan die ik het zelf geef, ik ben in het centrum van mijn wezen. En dat geeft vaste grond. Disbalans merk ik alleen op, als ik even uit mijn centrum ben. Om even later weer terug te gaan naar mijn midden. Er valt veel van me af. Mijn opvoeding, mijn thema’s, mijn overtuigingen, mijn herinneringen, mijn pijn. Het valt weg hier in t midden. Mijn drijfveren vanuit overtuigingen laat ik los. Mijn hoofd drijft me niet langer. Ik leef in eenheid van lichaam/bewustzijn. Er is geen verschil.

Mijn Japanse Sensei zei laatst: zolang je nog verkeerd in de staat van dit en dat, van ik vind dit zo en dat zo, ben je nog gesplitst. Samengevallen valt het weg, er is alleen inzicht en overzicht. Geen opgesplitst weten en zijn meer.

Je zou deze staat van zijn, geaard kunnen noemen en tevens verbonden met het hemelse. Of anders: open tussen aarde en hemel, en hemel en aarde. Voelbaar mens die aarde en hemel in zichzelf en door zichzelf verbindt.

In dit kernachtige inkeren tot het eigen lichaam ervaar ik de Stilte. De bron is van alle levensvormen en licht. Uit de Stilte komt levenskracht voort.

In mijn volgende blog meer over de grootsheid van de Stilte.